Iris Meuwissen

voormalig patiënt

  • ‘O my god! Daar ben ik nog nooit geweest!’

Een op de vijf mensen wordt ergens in zijn of haar leven getroffen door een paniekaanval. Bij Iris Meuwissen gebeurde dat vorig jaar voor het eerst: misselijkheid, hartkloppingen en uitstraling naar haar linkerarm. Een verklaring voor haar symptomen vinden de artsen niet. Ze pakt haar leven weer op. Een paar maanden later gebeurt het weer. “Ik was aan het werk bij een zieke mevrouw. Het ene moment zijn we gezellig aan het babbelen en het volgende zakt ze dood in elkaar.” De gebeurtenis raakt haar diep, maar nazorg is er niet. De stress van dat moment komt er een paar weken later toch uit: “Mijn hart sloeg wederom op hol. Ik dacht dat ik dood ging.”

Ze laat zich doorverwijzen voor Jekertherapie bij het Angstcentrum. Iris mag ’s avond gewoon naar huis, maar de therapie duurt vijf aaneengesloten dagen en is bijzonder praktijkgericht. Haar eerste dag was heftig. “Drie uur lang heb ik met een van mijn therapeuten door Maastricht gereden. Uiteindelijk stapte hij uit en kreeg ik de opdracht door te rijden tot een specifieke halte. ‘Wat als het mis gaat, wat als het mis gaat?’ maalde er door mijn hoofd.” Deze dag blijkt de opmaat voor een hele reeks aan activiteiten waarbij Iris in het diepe wordt gegooid. Bijvoorbeeld in haar eentje ergens een hapje eten en naar de bioscoop. Ze doet het allemaal en gaandeweg de week voelt ze zich sterker worden. “Toen ik begon had ik nul procent zelfvertrouwen. Ik wilde niet gezien worden, maakte me klein en dacht dat iedereen naar me keek en me stom vond. Maar toen ik tijdens de therapieweek op een terras zat, heb ik er heel bewust op gelet wie naar mij keek. Dat was bijna niemand! Toen dacht ik: ‘Iris, wat heb je al die jaren toch gekke dingen gedacht.’”

De uitsmijter komt op donderdag: ze moet alleen naar Eindhoven en daar drie uur blijven. “O my god! Daar ben ik nog nooit geweest!” Angstig stapt ze in de trein. Wanneer ze in Eindhoven aankomt loopt ze achter de massa aan. “Ik kwam uit bij de Primark en ben toen maar gaan winkelen. Ik wilde iets kopen dat me aan deze therapie zou herinneren. Het werd een plastic armbandje waarop stond ‘You did it’.” En dat is ook het gevoel waarmee ze de resterende tijd door de stad loopt, met een glimlach op haar gezicht.